Valpreventie

Valongelukken veroorzaken het vaakst verwondingen bij 65-plussers. Dit zorgt ervoor dat steeds meer mensen zorg nodig hebben na een val. Met valpreventie kunnen valongelukken worden verminderd of voorkomen.

Valpreventie is effectief bewezen en per 1 januari 2024 kan de prestatie Valrisicobeoordeling worden gedeclareerd binnen de zorgverzekeringswet. De Valrisicobeoordeling (Valanalyse) wordt ingezet bij mensen met een hoog valrisico. Het is een uitgebreide vragenlijst die inzicht geeft in factoren die de oorzaak kunnen zijn van het hoge valrisico. Uit de analyse volgt een advies op maat over eventuele vervolgacties. De uitvoering van de Valanalyse vraagt om een medisch generalistisch blik, zoals die van de huisarts.

De gemeenten hebben de taak om inwoners met een verhoogd valrisico op te sporen. Als er sprake is van een verhoogd valrisico komen deze inwoners in aanmerking voor een Valrisicobeoordeling. Om te voorkomen dat de uitvoering van de Valrisicobeoordeling de druk op de huisartsenpraktijk verder vergroot verkent HWF op welke manier de Valrisicobeoordeling via een verlengde armconstructie georganiseerd kan worden in de regio.

Veelgestelde vragen Valpreventie

De Ketenaanpak Valpreventie is een samenwerking tussen het sociaal- en medisch domein, gericht op het voorkomen van valincidenten bij 65-plussers. Eerst worden thuiswonende 65-plussers met een valrisico opgespoord. Bij een laag of matig valrisico volgt voorlichting en/of de mogelijkheid om valpreventieve beweeginterventies te volgen. Als er sprake is van een hoog valrisico volgt eerst een screening op valrisicofactoren (Valrisicobeoordeling) waarna passende interventies worden ingezet. Tot slot volgt een advies naar het structurele aanbod om de behaalde verbeteringen vast te houden.

De gemeente organiseert het opsporen van 65-plussers met een verhoogd valrisico in samenwerking met partners uit zowel het sociaal als (para)medisch domein. Voor het opsporen kunnen de Valrisicotest en de kaart inschatting valrisico van VeiligheidNL worden gebruikt. Dit gebeurt door vrijwilligers en professionals in het sociaal (welzijnsmedewerker, beweegprofessional) en (para)medisch domein (fysio- ergotherapeut, wijkverpleegkundige) op o.a. de volgende momenten: welzijnsactiviteiten, gezondheidsmarkten, voorlichtingsbijeenkomsten en bezoeken aan zorg/welzijnsprofessionals. Daarnaast zorgt de gemeente voor interventies voor inwoners met een laag of matig valrisico. Inwoners met een hoog valrisico worden geïnformeerd over de Valrisicobeoordeling. 

De focus van de huisarts binnen de Ketenaanpak Valpreventie ligt bij 65-plussers met een hoog valrisico. De huisarts voert een Valrisicobeoordeling uit waarbij de oudere wordt gescreend op geïdentificeerde risicofactoren. Op basis van de uitkomst volgt een advies op maat en wordt verwezen naar passende interventies. De Valanalyse van VeiligheidNL kan worden gebruikt om de Valrisicobeoordeling gestructureerd uit te voeren en helpt bij het selecteren van de juiste interventies. 

Nee. De Valrisicobeoordeling valt niet onder het basisaanbod van de huisartsenzorg, maar onder het extra aanbod. Huisartsen kiezen zelf of zij de Valrisicobeoordeling uitvoeren. De NZA beschouwt de Valrisicobeoordeling als een belangrijk onderdeel van valpreventie waarmee intensievere zorg kan worden voorkomen. De NZA heeft daarom een tarief beschikbaar gesteld om de Valrisicobeoordeling te declareren.   

Er bestaan twee tools die bedoeld zijn om inwoners met een verhoogd valrisico op te sporen. De Valrisicotest en de kaart inschatting valrisico. 

De Valrisicotest beoordeelt het valrisico als laag, matig of hoog op basis van enkele korte vragen en testen. De kaart inschatting valrisico bestaat uit drie vragen. Deze kaart kan ook door ouderen zelf worden gebruikt om te bepalen of er sprake is van een laag of verhoogd valrisico.  

Patiënten met een hoog valrisico komen in aanmerking voor een Valrisicobeoordeling. Bij een Valrisicobeoordeling worden factoren in kaart gebracht als oorzaak van een hoog valrisico. Hiervoor kan De Valanalyse worden gebruikt. Dit is een meetinstrument ontwikkeld door VeiligheidNL om op een gestructureerde wijze de oorzaken van het verhoogde valrisico te identificeren en te helpen bij het kiezen van de juiste interventies.  

Voor de uitvoering van de Valrisicobeoordeling is een NZA-prestatie beschikbaar. Het tarief kent een tijdseenheid van 15 minuten. Voorbeeld: De beoordeling duurt 25 minuten, dan wordt deze afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 15 minuten, dus 30 minuten. Je declareert de prestatie dan 2 keer.

Een deel van de Valrisicobeoordeling kan uitgevoerd worden door een hiervoor erkende professional, zoals een fysiotherapeut, via een verlengde arm constructie. In overleg wordt bepaald wie welk deel van de beoordeling uitvoert en tegen welk tarief. De praktijk declareert de volledige uitvoering van de Valrisicobeoordeling en betaalt de samenwerkingspartner voor het uitbestede deel. Stel, de totale uitvoering duurt 45 minuten: de praktijk voert zelf 15 minuten uit en besteedt de overige 30 minuten uit aan de erkende professional. De praktijk declareert dan 3 keer de prestatie en betaalt de erkende professional op basis van de gemaakte afspraken. Bekijk hier de prestatiecodes voor de valrisicobeoordeling, zoals gecommuniceerd op de website van VGZ.

Als huisarts ben je vrij om te kiezen hoe jij invulling wilt geven aan de Valrisicobeoordeling. In de basis zijn er drie mogelijkheden: 

  1. De praktijk voert zelf de Valrisicobeoordeling uit met behulp van de Valanalyse van VeiligheidNL.  
  2. De praktijk behandelt patiënten met een hoog valrisico op basis van eigen professioneel inzicht. De praktijk maakt hierbij geen gebruik van de Valanalyse als meetinstrument.  
  3. De praktijk maakt gebruik van de verlengde arm constructie waarbij de Valrisicobeoordeling grotendeels uitbesteed wordt aan een erkend professional, zoals bijvoorbeeld een fysiotherapeut.  

Let op: In de polisvoorwaarden van zorgverzekeraars staat veelal dat de uitvoering van een Valrisicobeoordeling voorwaardelijk is voor vergoeding van valpreventieve beweeginterventies vanuit het basispakket.